Nieuwstad 100, 1381CE Weesp
+31 (0)2 9448 3355

EMC Richtlijn 2014/30/EU Samenvatting

Hier vindt u een samenvatting van de EMC-richtlijn 2014/30/EU, elektromagnetische compatibiliteit. Deze richtlijn heeft tot doel om ervoor te zorgen dat elektronische uitrusting niet boven een bepaald niveau van elektromagnetische compatibiliteit uitkomt. Met andere woorden, elektronische uitrusting hoort als zodanig te werken zonder te veel elektromagnetische verstoringen op te wekken. Ook moeten zij niet te gevoelig zijn voor de verstoringen die andere apparaten opwekken. Soms is een dergelijke verstoring niet te vermijden, denk maar aan wanneer u uw mobiele telefoon te dicht bij uw computer houdt wanneer u een sms-bericht ontvangt. Als deze verstoring nog steeds optreedt wanneer uw mobiele telefoon een paar meter verwijderd is van uw computer dan is dit een onacceptabel niveau van elektromagnetische compatibiliteit.

Toepassingsgebied

Wanneer is de EMC Richtlijn op van toepassing?

Allereerst, de uitrusting moet in staat zijn om elektromagnetische verstoringen te kunnen veroorzaken en zij moet ook beïnvloed kunnen worden door dergelijke verstoringen. Als aan het voorgaande is voldaan, dan is de EMC Richtlijn van toepassing.

Ten tweede moet het product uitrusting zijn zoals bedoeld in artikel 3 van de EMC Richtlijn. Hierin staat dat het product ofwel een apparaat ofwel een vaste installatie moet zijn. Dit wordt dan weer als volgt gedefinieerd:

  • Apparaat: elk afgewerkt toestel of een samenstel ervan dat op de markt wordt aangeboden als een aparte functionele eenheid ten behoeve van de eindgebruiker en dat in staat is elektromagnetische verstoringen te veroorzaken, of waarvan het functioneren vatbaar is om door dergelijke verstoringen te worden beïnvloed;
  • Vaste installatie: een specifieke combinatie van verschillende soorten apparaten en eventueel andere inrichtingen, die samengebouwd, geïnstalleerd en bestemd zijn voor permanent gebruik op een van tevoren vastgestelde locatie.

Dit onderscheid wordt gemaakt omdat er verschillen zijn in de eisen waaraan moet worden voldaan voor beide soorten uitrusting.

Essentiële eisen

Voor beide soorten uitrustingen moet er worden voldaan aan de essentiële eisen. Naast de essentiële eisen zijn er ook nog specifieke essentiële eisen. Deze specifieke essentiële eisen gelden alleen voor vaste installaties.

De essentiële eisen zijn als volgt:

– Uitrusting moet, rekening houdende met de stand van de techniek, zodanig zijn ontworpen en vervaardigd dat wordt gegarandeerd dat:

a) de opgewekte elektromagnetische verstoringen het niveau niet overschrijden waarboven radio- en telecommunicatieapparatuur en andere uitrusting niet meer overeenkomstig hun bestemming kunnen functioneren;

b) zij een zodanig niveau van ongevoeligheid voor de bij normaal gebruik te verwachten elektromagnetische verstoringen bezit dat zij zonder onaanvaardbare verslechtering van het beoogd gebruik kan functioneren.

De specifieke eisen voor vaste installaties zijn als volgt:

– Een vaste installatie moet worden geïnstalleerd volgens goede technologische praktijken en overeenkomstig de informatie over het beoogde gebruik van de componenten, teneinde aan de essentiële eisen, zoals hierboven genoemd, te voldoen.

Verplichtingen van de fabrikant

De fabrikant heeft de keuze uit drie typen conformiteitsbeoordelingsprocedures. Een van deze procedures moet worden uitgevoerd om aan te tonen dat de uitrusting voldoet aan de in de Richtlijn vastgestelde eisen. De drie verschillende conformiteitsbeoordelingsprocedures zijn:

– Interne productiecontrole: de fabrikant verklaart en garandeert op zijn eigen verantwoordelijkheid dat de apparatuur voldoet aan de eisen van de richtlijn die daarop van toepassing zijn;

– EU-typeonderzoek: een aangemelde instantie onderzoekt het technisch ontwerp van de uitrusting om te controleren of het aan de essentiële eisen voldoet;

– Conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole: de fabrikant moet de verplichtingen van de fabricage, CE-markering en EU-conformiteitsverklaring nakomen en garanderen en verklaren dat de betrokken uitrusting overeenstemt met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en voldoen aan de toepasselijke eisen van de Richtlijn.

Technische Documentatie

In de technische documentatie worden de toepasselijke eisen vermeld; zij heeft, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking op het ontwerp, de fabricage en de werking van de uitrusting. De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen:

  • Een algemene beschrijving van de uitrusting;
  • Ontwerp- en fabricagetekeningen, alsmede schema’s van componenten, onderdelen, circuits enz.;
  • Beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van die tekeningen en schema’s en van de werking van het apparaat;
  • Een lijst van de geheel of gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, en indien de geharmoniseerde normen niet zijn toegepast, een beschrijving van de wijze waarop aan de essentiële eisen van de Richtlijn is voldaan, inclusief een lijst van andere relevante technische specificaties die zijn toegepast. Bij gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen wordt in de technische documentatie gespecificeerd welke delen zijn toegepast;
  • Berekeningen voor ontwerpen, uitgevoerde controles enz.;
  • Testverslagen.

Fabrikanten moeten de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring gedurende tien (10) jaar nadat de uitrusting op de markt is gebracht bewaren en beschikbaar houden voor de lidstaten. Meer informatie over Technische Documentatie vindt u hier.

Inwerkingtreding

De lidstaten van de Europese Unie dienen uiterlijk op 19 april 2016 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en per 20 april 2016 toe te passen.

 

maart 25, 2015
|